Bestel nu het boek ‘Eerlijke verhalen, Boer en Burger aan het woord’

Naar een groene balans in een gezond Nederland

Onderzoeksvragen en antwoorden

Vragen inhoudelijk in categorieën (per provincie zelf invullen)

  1. Onderbouwing stikstofbeleid
  • Kennen de leden de onderbouwing onder het zogenaamde “stikstofprobleem”?
    Welk wetenschappelijk onderzoek laat zien dat stikstof bij de concentraties van in praktijk schadelijk is? Welke onderzoeksrapporten rechtvaardigen het…………… provinciaal uitvoeringsprogramma stikstof 2021.
  • In het uitvoeringsprogramma staat onder “Wat is er aan de hand” op blz. 4: De natuur in Nederland en ………… staat onder druk. Wat wordt hiermee exact bedoeld en waar is dat vastgesteld in onze provincie?
  • In het NPLG ( Nationaal Programma Landelijk Gebied ) staat: Naar verwachting is 39kton emissiereductie van NH3 nodig om ten minste de wettelijke omgevingswaarde van 74% onder de KDW te behalen. Dit komt overeen met een daling van ongeveer 40% van de stikstofemissies uit de landbouw. De vraag aan de provincie is dan: indien de genoemde 74 % in stikstofgevoelige natuurgebieden niet wordt gehaald en ook de ca. 40 % van de N-emissie in …………uit de landbouw niet, hoe zal de provincie hier dan mee omgaan.
  • Kunt u aangeven wat er in de natura2000-gebieden aan de hand is als gevolg van de N-depositie? Hebt u het verloop door de jaren heen, op niveau van de habitats, in kaart laten brengen door de TBO en/of anderszins onafhankelijk onderzoek? Wilt u ons deze informatie doen toekomen met vermelding van de informatiebron en gehanteerde werkwijze bij het verzamelen van deze informatie ?
  • Er zijn monitoringen uitgevoerd in en rond natura-2000 gebieden. Wat zijn de resultaten in die gebieden vanaf de vaststellingsdatum beheer?
  • Voor de realisatie van een percentage reductie is een 0-meting bepalend om monitoring van het verloop na aanpassingen te doen. Op welk tijdstip of in welke periode is deze 0-meting voor ……….. gedaan en hoe hoog is deze? Is hierbij ook verschil gemaakt tussen NH3 en NOx.? Zo ja, hoe verhouden deze zich ten opzichte van elkaar in …………?
  • Op welke wijze heeft de provincie in haar uitvoeringsprogramma rekening gehouden met de ervaringen en resultaten van het Natuurbeheer dat door de Terrein Beherende Organisatie is uitgevoerd en gerapporteerd gedurende het bestaan van het betreffende Natura2000 gebied?
  • Op welke wijze sluit het beheersplan 2023-2030 van de TBO’s aan bij het …………… uitvoeringsprogramma stikstof?
  • Volgens het NPLG is een van de centrale problemen bij Natuurbescherming de verzuring van de grond in Natura2000 gebieden. Kunt u de uitkomsten aangeven van metingen en berekeningen van zuurtegraden in de aangewezen Natura2000 gebieden en welke de oorzaken / herkomsten zijn van betreffende problemen?
  • Welk verschil is er in verzuring tussen NH3- en NOx-oorzaak?
  • Kunt u een overzicht geven van de KDW’s die gelden in de Natura2000-gebieden waarop het uitvoeringsprogramma gericht is, en tevens de hoogte van de gemeten (aangetoonde) en berekende depositie? Hoe schat u de betrouwbaarheid in van de uitgevoerde berekeningen?
  • Is er in het verleden bijgehouden welke effecten er op traden bij emissiereducties door opkoop, beëindiging en inkrimping van veehouderijbedrijven nabij of in stikstofgevoelige natuurgebieden op de stikstofgevoelige habitats in die gebieden?? Wilt u die rapportage met ons delen? Zo niet, is er een causaal verband aangetoond tussen beëindiging van veehouderijbedrijven en het natuurherstel in natura2000-gebieden?
  • Kunt u aangeven op welke manier de natuur zal verbeteren, wanneer de reductiedoelen 50% gehaald zijn zoals nu gepland of eventueel voor 100% behaald zijn? Op welke termijn zal dit het geval zijn volgens het uitvoeringsprogramma tot 2035 en hoe zal dit worden gevolgd/beoordeeld?
  • Welke informatie is beschikbaar bij de provincie over het risico van gerechtelijke stappen (zoals intrekken Natuur-vergunningen) tegen alle N-emissie veroorzakende (economische) activiteiten tijdens de implementatie van FPUS tot 2035? Wat is de garantie dat de rechters met huidige wetgeving niet doorgaan met weigeren van nieuwe en het intrekken van bestaande Natuurvergunningen?
  • In hoeverre heeft u kennis genomen van kritiek van vooraanstaande wetenschappers (zoals Dr. Ir. Aalt Dijkhuizen, Prof. Dr. Ronald Plasterk, Dr. Jaap Hanekamp, Prof. dr. Han Lindeboom en Prof. Dr. Johan Sanders) op de fundamenten van het stikstofbeleid? En hoe weegt u hun kritiek in het …………… natuurbeleid?
  • Hoe weegt u de constatering van de EU dat 85% van de Nederlandse natuur in goede tot uitstekende conditie verkeert?
  • Bent u in staat de zeer sterke beoogde reductiedoelstelling in de bijvoorbeeld Te noemen …Natura 2000 gebied te verklaren.
  • Bent u voornemens de zogenaamde PAS-melders schadeloos te stellen door o.a. met terugwerkende kracht hun vergunning te actualiseren cq te vernieuwen conform de afgenomen PAS-vergunning?
  • Wat is de mening van de provincie ten aanzien van de toepasbaarheid van reducerende bedrijfssystemen zoals in de RAV opgesomd en door de wetgever gecertificeerd zijn? Bent u bekend met de werkwijze tijdens de boordeling/toetsing van bedrijfssystemen alvorens deze in de RAV worden toegelaten en gecertificeerd? Wat is uw mening over de effectiviteit en betrouwbaarheid deze toetsing? ( zie ook de site van infomil )
  1. Andere invloeden dan ammoniak-stikstof op natuur en natura2000-gebieden
  • Hoeveel van de berekende huidige depositie in de bedoelde stikstofgevoelige ………….. Natura2000 gebieden, komt vanuit “overige bronnen” en het buitenland? Zo mogelijk aangeven per natura2000-gebied.
  • Zijn de schadelijke invloeden op de natuur, buiten de oorzaak ammoniak-stikstof, geïnventariseerd? Zo ja, hoe staan deze invloeden ten opzichte van elkaar? ( bv. nitrificatie van plantresten, riooloverstorten, bodemkwaliteit, ingrepen en omzettingen van grondoppervlak, uitgesteld onderhoud, verdroging)
  • Wat is het aandeel voor schade in de natuur veroorzaakt door bijvoorbeeld trekvogels, paarden, runderen, huisdieren, aerobe en anaerobe afbraak in Natura2000 gebieden.
  • Welke maatregelen gaat de Provincie treffen om te komen tot een evenredige bijdrage aan de stikstofreductie van andere bronnen.
  1. C) Sociaal-economische impact.
  • Hebt u zicht op het aantal veehouderijbedrijven in ………………, dat zal moeten stoppen vanwege de reductiemaatregelen? Welke depositiereductie verwacht de provincie hiermee te behalen en hoe wordt dit resultaat aangetoond?
  • Indien de 40 % reductie van N-emissie gehaald wordt met 40 % inkrimping (melk)veestapel, welk impact heeft deze krimp op het …………… platteland vanuit sociaal-geografisch oogpunt.
  • Hebt u zicht op het aantal verloren arbeidsplaatsen als gevolg van de reductiemaatregelen, inclusief die arbeidsplaatsen in de periferie? Welke invloed heeft dat op de leefbaarheid van het platteland? Hoe schat u het risico in op leegloop van dorpen? Welk perspectief ziet u voor werknemers in de periferie? Omscholing?
  • Bent u bekend met de situatie t.a.v. vergunningsverlening op boerderijen, waar van een vergunde neventak sprake is, welke onlosmakelijk gekoppeld is met de veehouderijhoofdtak? Welke oplossingen voorziet het uitvoeringsprogramma in deze?
  • Welk belang hecht de provincie aan verdere investering en subsidiering van emissie reducerende bedrijfssystemen?
  1. D) Effecten en monitoring
  • Welke informatie heeft u over de te verwachten effecten in de stikstofgevoelige gebieden van de voorgenomen herstelmaatregelen in uw provincie?
  • Komt er in 2022 of 2023 een evaluatie van de monitoringsrapportage Natura2000 voor wat betreft de ………….. situatie en verdere reikwijdte van het …………….. uitvoeringsprogramma
  • Worden of zijn er in …………… vrijwilligers aangetrokken die veldinspectie doen voor monitoring van de natuur? Zo ja, aan welke kwalificaties moeten deze vrijwilligers voldoen voor deze taak? Welke systematiek wordt gevolgd voor een uniforme en professionele beoordeling van de natuur?
  • Op welke wijze gaat de Provincie de impact van reducerende bedrijfssystemen op de status van de natuur in de Natura2000 monitoren?
  • Voor de Natura 2000 gebieden gelden allerlei beperkingen tav de omgeving ervan. Er zijn echter gelukkig ook veel hoogwaardige natuurgebieden die niet allerlei beperkingen hebben en niet de status van natura 2000 gebied hebben, Is er onderzoek gedaan naar de verschillen ervan? Maw doen de Natura 2000 gebieden het beter?